04 okt 11: Vaak veel te hoge verwachting van pensioenuitkering nabestaande.
di 04 okt 2011, Pas op voor dekking op risicobasis
door Manno van den Berg
AMSTERDAM -
Een vaak vergeten en gebrekkig geregeld onderdeel van pensioen, is het zogeheten partnerpensioen. Dat nabestaandenpensioen voor de achtergebleven partner zorgt telkens weer voor onaangename verrassingen. Vaak blijkt die partner namelijk minder te krijgen dan waarop was gerekend. Of veel te weinig om van rond te komen. Soms is er zelfs helemaal niets geregeld.
Voor een achterblijver met een klein kind is een fulltimebaan geen ideale oplossing. Vaak is het echter de enige mogelijkheid om de daling van het gezinsinkomen op te vangen.
Bouwt u een ouderdomspensioen op bij een werkgever, dan zit daar meestal ook een partnerpensioen bij. Maar dat is niet altijd het geval. Ook kan de hoogte van die uitkering flink tekortschieten, zeker als de achterblijver een parttimer is met kinderen. Het is helemaal oppassen als u bij de werkgever een partnerpensioen op risicobasis heeft. Uw partner is dan alleen van een uitkering verzekerd zolang u in dienst blijft.
De meeste pensioenregelingen in Nederland kennen een nabestaandenpensioen, een uitkering aan de achterblijvende partner en eventueel de kinderen. De uitkering aan de partner heet partnerpensioen. Net als voor het gangbare ouderdomspensioen kan er voor het potje van de partner daadwerkelijk worden gespaard. Een overstap naar een andere werkgever verandert daar niets aan.
Verzekering
Anders is het als het om een zogeheten partnerpensioen op risicobasis gaat. Hierbij wordt er niets gespaard, maar is er sprake van een verzekering. Deze komt te vervallen op het moment dat het dienstverband van de kostwinner eindigt. Bij ontslag, maar bijvoorbeeld ook als je met pensioen gaat. Vanaf dat moment kan de partner geen aanspraak meer maken op een partnerpensioen.
Op de pensioendatum wordt wel automatisch een deel van het ouderdomspensioen ingeruild voor een partnerpensioen. Tenzij de deelnemer anders beslist. Bij ontslag is er geen automatische inruil, tenzij de werknemer daarom vraagt. Dat wordt vaak vergeten, zodat er geen cent partnerpensioen is als iemand tijdens de periode van werkloosheid onverhoopt overlijdt.
Volgens Emilie Schols van Pensioenkijker.nl blijkt echter vaak ook dat als er wel een partnerpensioen is, dit vaak tekortschiet. Het ouderdomspensioen is samen met aow idealiter goed voor 70% van het gemiddeld (geïndexeerde) verdiende inkomen, het partnerpensioen is daar weer 70% van. Een achterblijver krijgt daarmee 50% van het laatstverdiende inkomen, inclusief aow.
Schols: „Dat is misschien voldoende als je 65-plusser bent, maar zeker niet als je 40 bent en achterblijft met drie kinderen. Je krijgt op die leeftijd immers geen aow. Het partnerpensioen is daarmee volstrekt onvoldoende om van te leven. Het is voor mij onbegrijpelijk dat mensen hier niet bij stilstaan. Dat zijn toch acute risico’s?”
De Algemene nabestaandenwet (anw) kan nog voor een aanvullende uitkering zorgen, maar daaraan zitten wel voorwaarden, zoals bijvoorbeeld dat de achtergebleven partner voor een of meer kinderen jonger dan 18 jaar moet zorgen. Bovendien is deze uitkering inkomensafhankelijk. Ben je parttimer – met name vrouwen kiezen hiervoor om voor jonge kinderen te kunnen zorgen – en heb je eigen inkomsten, dan wordt de anw verlaagd. Vanaf iets meer dan € 700 inkomsten bruto per maand wordt er gekort. „Uiteindelijk wordt je dan gedwongen om langer te gaan werken.” Het alternatief om te stoppen met werken om zo wel voor een volledige anw-uitkering te komen, vindt Schols de omgekeerde wereld. „Je verkleint dan bovendien je kansen om ooit weer op de arbeidsmarkt actief te worden.”
De achterblijver moet ook maar hopen dat er niet nog een ex van de overledene is. Die heeft bij een partnerpensioen waarvoor vermogen is opgebouwd, recht op een deel daarvan. Dit deel betreft niet alleen partnerpensioen dat tijdens dat huwelijk is opgebouwd – de regel voor opdeling van het ouderdomspensioen – maar alles dat tot aan het moment van scheiding is opgebouwd.
Woonlasten
Zou een van beide partners door het overlijden van de ander in een financieel gat vallen, dan kan een overlijdensrisicoverzekering op het leven van de kostwinner tijdelijk uitkomst bieden. Tot bijvoorbeeld jonge kinderen geen oppas meer nodig hebben en de achterblijvende partner een fulltimebaan kan aanvaarden. Vaak loopt een dergelijke overlijdensrisicoverzekering overigens al binnen een beleggings- of spaarverzekering die voor de aflossing van de hypotheek moet zorgen. Komt een van beiden te overlijden, dan lost de verzekering de hypotheek (deels) af. De woonlasten worden voor de achterblijver dan flink minder. Toch kan het nog steeds verstandig zijn om ook in dat geval een aparte overlijdensrisicoverzekering op het leven van de kostwinner af te sluiten. Bijvoorbeeld als een deel van de hypotheek aflossingsvrij is.
Langer werken voor de achterblijver is ook een mogelijkheid, draagt Schols aan. „Maar mensen met jonge kinderen hebben er juist vaak voor gekozen dat een van hen of beiden parttime werken. Langer werken is in dat opzicht een vervelende oplossing, al komt het hier in de praktijk vaak wel op neer als er niets anders is geregeld. ”